Kinderoefentherapie en voorkeurshoudingen

Bewegen is erg belangrijk voor de ontwikkeling van een kind, dit is ook een favoriete bezigheid van kinderen. Tijdens de basisschoolperiode leren ze veel nieuwe vaardigheden zoals fietsen, zwemmen en schrijven. Bij de meeste kinderen gaat het aanleren hiervan vanzelf. Soms vinden kinderen het moeilijk om bepaalde activiteiten goed uit te voeren, hoe hard ze hun best ook doen. In dat geval kan de kinderoefentherapeut hulp bieden!

Onze kinderoefentherapeut Karlijn behandelt kinderen met motorische problemen wanneer deze een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren van het kind. Hierbij kan gedacht worden aan: niet goed meekomen tijdens de gymles, het buitenspelen maar ook aan moeite met kleuren en schrijven. De kinderoefentherapeut sluit tijdens de behandeling aan bij de activiteiten waar het kind moeite mee heeft. Spel en plezier in bewegen staan tijdens een kinderoefentherapeutische behandeling op de voorgrond!

Onderzoek en behandeling

Na aanmelding bij een kinderoefentherapeut wordt aan het kind en de ouders/verzorgers gevraagd met welke activiteiten het kind moeite heeft. Vervolgens wordt het motorisch functioneren van het kind onderzocht. Op basis van de hulpvraag en het motorisch onderzoek stelt de kinderoefentherapeut een behandeldoel en behandelplan op. Het verslag wordt met de ouders besproken zodat het voor hen duidelijk wordt op welke manier aan de hulpvraag gewerkt kan worden. Tijdens de behandeling oefent de kinderoefentherapeut samen met het kind de verschillende onderdelen uit het behandelplan. Dit gebeurt altijd spelenderwijs waardoor het kind (weer) plezier heeft in bewegen. Aan ouders kan worden gevraagd om thuis bepaalde spelactiviteiten te herhalen. Gedurende de behandelperiode wordt het motorische functioneren van het kind regelmatig geëvalueerd met de ouders/verzorgers en betrokkenen.

Mogelijke verwijsindicaties voor 0-4 jarigen zijn:
Een voorkeurshouding en/of schedeldeformatie.
Traag of afwijkende grofmotorische ontwikkeling
Angstig in bewegen en/of weinig exploratiegedrag.
Een hoge of juist lage spierspanning. Hoge spierspanning gaat vaak gepaard met overstrekken.
Vaak vallen.
Zich niet goed opvangen bij vallen.
Onhandigheid.
Problemen in de ontwikkeling van de fijne motoriek
Achterblijven in de ontwikkeling van het rollen, zitten, kruipen, staan of lopen

Mogelijke verwijsindicaties voor kinderen vanaf 4 jaar zijn:
Een trage of afwijkende motorische ontwikkeling op het gebied van evenwicht, grofmotorische vaardigheid, balvaardigheid, fijn motorische vaardigheid, oog/handcoördinatie, schrijven, lichaamsschema, ruimtelijke oriëntatie
Angstig in bewegen en/of weinig exploratiegedrag.
Vaak vallen
Onhandigheid
Problemen in de motorische ontwikkeling kunnen samengaan met cognitieve en/of gedragsmatige problemen (bijv: ADHD, ADD, ASS, hoogbegaafdheid, dyslexie, dyscalculie) .
Behandelingen kinderoefentherapie worden vergoed vanuit de basisverzekering en aanvullende verzekering aan personen onder de 18 jaar. Neem contact op met uw zorgverzekeraar voor meer informatie.

Voorkeurshouding bij baby's

Wat is een voorkeurshouding bij zuigelingen?

Als een baby een voorkeurshouding heeft houdt hij of zij het hoofd bijna altijd naar één kant gedraaid. Het hoofd kan door de voorkeurshouding afplatten en daardoor scheef groeien.

Hoe ontstaat een voorkeurshouding?

Sinds ouders het advies krijgen om baby's ter voorkoming van wiegendood op de rug te laten slapen, neemt het aantal kinderen met afplatting van de schedel toe.

Wat zijn de verschijnselen van een voorkeurshouding?

De baby houdt het hoofd bijna altijd naar een bepaalde kant gedraaid. Niet alleen als de baby slaapt, maar ook als hij wakker is. Omdat de schedel van een baby tijdens de eerste levensmaanden van nature zacht is, kan het hoofd afplatten en scheef groeien. Als dit niet voldoende herstelt, kan dit leiden tot asymmetrie en achterstand in de motorische ontwikkeling.

Wat kan een kinderoefentherapeut betekenen?

De kinderoefentherapeut heeft een speciale opleiding gevolgd om de schedel van de baby op te meten (PCM-meting). Na meting en verder onderzoek wordt een behandelplan opgesteld. Met oefeningen neemt de voorkeurshouding af en wordt de motorische ontwikkeling bevorderd. Ouders worden voorgelicht over de oorzaken van een voorkeurshouding en over de positionering van hun kind bij slapen, verzorgen, voeden, dragen, spelen en vervoer.

 

Realisatie : V13 Internet
Beste bezoeker. Op deze website gebruiken wij cookies. Meer informatie - Sluiten